zondag 30 december 2012

V.T.T. (voltooid tegenwoordige tijd)


Passé composé

Compote
Voor ons allen dezelfde
Voor mij voor jou voor hem voor haar want
Hij is gegeten en vergeten.
Alleen de heb·zucht is verschillend
Tussen mij en hem en haar en zij en ons
Alsjeblieft, niet te veel ‘en’!
En hebben eindigt bij ieder anders
Ik blijf veeleer open: habe
Jij bent hatelijk gesloten: hast
Hij en zij hebben hoedjes op het hoofd: hat
Gemeenschappelijk de ingeademde lucht en
De doorgehaalde nacht
Wij lazen nooit hetzelfde boek, maar
Gelezen hebben we allemaal of
Ik ‘gelees’ met hé, jij ‘geleest’ met sst?
Het perfecte verleden, voltooid gecomponeerd en vereenvoudigd,
Maar waarom zijn wij zo veelvuldig tegenwoordig?



Passé Composé

Ein Kompott
Für uns alle dasselbe
Für mich für dich für ihn für sie denn
Es ist gegessen und vergessen.
Nur die Haltung des Habens unterscheidet sich
Zwischen mir und ihm und ihr und sie und uns
Bitte nicht zu viel „und“!
Und das Haben zeigt bei jedem ein anderes Ende
Ich bleibe eher offen
Du bist streng verschlossen
Er und sie haben Hüte auf dem Kopf
Gemeinsam sind die eingeatmete Luft und
Die durchgemachte Nacht
Wir lasen nie das gleiche Buch, aber
Gelesen haben wir alle oder
Ich „gelese", du „gelesest"?
Das perfekt Vergangene ist durchkomponiert und vereinfacht
Warum sind wir aber so vielfältig in der Gegenwart?



Uit: Yoko Tawada, Abenteuer der deutschen Grammatik, konkursbuch Verlag Claudia Gehrke, Tübingen 2010 (vert.
Erik de Smedt).

maandag 17 december 2012

Konrad Bayer 80


vraag: waarop hopen?
er valt niets te bereiken behalve de dood.
wel, gewoonlijk probeer je een doel zo snel mogelijk te bereiken, als het bekend is.
ik heb tegen
mijn natuur en tegen mijn instinct (!)  in geprobeerd het optimistische standpunt in te nemen. ik heb veel geprobeerd. ik heb tegen beter weten in beweerd: het leven is het waard geleefd te worden omwille van zichzelf. hoe dom, een uitvlucht om die onaangename procedure niet te hoeven uitvoeren. er is geen schuld, geen zonde, geen goed, geen kwaad, geen god, geen mogelijkheid, alleen de schijn voor de schijn te kunnen leven. waarom de mens als ethisch misbaksel met een ethische instelling behept kan zijn? een grap. het is afschuwelijk dat de hoop als een boosaardig gezwel tot de laatste seconde woekert. de dingen blijven zoals ze zijn. idealisme is misplaatst. onder die auspiciën verdedig ik (natuurlijk alleen voor mezelf, omdat ik immers met deze mening behept ben) als juist, de. verkeerd, voor. ik ben het er gewoon niet mee eens, zou graag de mens inruilen voor dat waarvoor hij zich houdt of wat hij ten onrechte voor mogelijk houdt om te bereiken. zo bekeken wil ik graag beginnen, het goede voorbeeld geven. −

Konrad Bayer (17-12-1932 - 10-10-1964), het zesde zintuig. een roman (Uitgeverij IJzer, Utrecht 2001, vert. Erik de Smedt). De componist Bernd Alois Zimmermann gebruikte dit fragment uit het aanhangsel als spreekfuga in het Ricercar (29:02–33:12) van zijn Requiem für einen jungen Dichter (1967/69). Afb.: René Daniëls, Zonder titel (1987).

maandag 10 december 2012

Scheefgroei


‘Sla het boek open op bladzijde zeven’, zegt de lerares biologie Inge Lohmark tegen haar leerlingen van vijftien. Gedisciplineerd als het er bij haar aan toe gaat, doen ze dat onmiddellijk. Lohmark geeft les op het Charles-Darwin-gymnasium in Voor-Pommeren, waar de sporen van de communistische DDR nog tastbaar aanwezig zijn. Door vergrijzing en plattelandsvlucht zal de school nog slechts enkele jaren bestaan. De lerares gaat prat op dertig jaar onderwijservaring en is vergroeid met haar vak. Ze bekijkt de wereld om haar heen door een biologische bril, dweept met natuurlijke selectie, ziet elke omgang tussen mensen als een roofdier-buitrelatie en duldt geen zwakheid, laat staan mededogen. ‘Niets of niemand was rechtvaardig. Alleen de natuur misschien.’

In drie lange hoofdstukken, getiteld ‘Ecosystemen’, ‘Erfelijke processen’ en ‘Evolutieleer’, volgen we haar op drie momenten van een schooljaar: bij de start, na de herfstvakantie en voor Pasen. We kruipen in haar hoofd en krijgen slechts haar waarnemingen, reacties, gedachten en herinneringen voorgeschoteld – aangevuld met de directe rede van wat zij haar leerlingen vertelt en gesprekken met haar collega’s. Naast een bewustzijnsroman is Der Hals der Giraffe een ‘Bildungsroman’ in twee betekenissen.

Samen met de leerlingen wordt de lezer de leerstof biologie van de negende klas bijgebracht. Het in grof linnen gebonden boek ziet er trouwens uit als een leerboek biologie van vroeger, inclusief plaatjes en trefwoorden bovenaan op de rechterbladzijde (‘parasitisme’, ‘antropogenese’, ‘wimperdiertjes’, ‘fotosynthese’, ‘wetten van Mendel’, ‘fossilisering’ e.d.). Het bevat ook een plattegrond met de namen en Lohmarks cynisch subjectieve commentaar op de twaalf leerlingen in haar klas. De Duitse schrijfster Judith Schalansky (*1980), die kunstgeschiedenis en communicatiedesign studeerde, laat bij de vormgeving van haar eigen boeken niets aan het toeval over. De bladzijde die de leerlingen moeten omslaan komt zelfs overeen met de pagina waar de lezer aan het lezen is.

Het boek is niet alleen een heel levendige herhalingscursus biologie, goed voor de algemene ontwikkeling, maar ook een 'ontwikkelingsroman' – al is het voor de protagonist tegen wil en dank. Inge Lohmark beroemt er zich immers op, geen begrip of menselijke nabijheid voor haar leerlingen op te brengen. ‘Wat kon haar vreemde ellende schelen?’ ‘Iedereen is voor zichzelf verantwoordelijk.’ Er staan krasse staaltjes in de roman van haar weigering om anderen te helpen, haar vluchtgedrag als een situatie om menselijke warmte vraagt, haar mensenhaat en halsstarrig negativisme. Ze pantsert zich met de zekerheden van haar wetenschap, die ze maar al te graag naar andere domeinen exporteert. ‘Moraal had in de biologie net zo weinig te zoeken als in de politiek.’

Wie tussen de regels leest, merkt beetje bij beetje waarom ze zo’n behoefte heeft om zich voor het leven af te schermen. Ze mist haar dochter Claudia, die al jaren in Amerika woont en voor wie ze nooit een echte moeder is geweest. Met haar man, die helemaal opgaat in het kweken van struisvogels, heeft ze nauwelijks contact. In plaats van zich te bekommeren om Ellen, het zwaar gepeste meisje in haar klas, kijkt ze weg en sust ze haar geweten met het heersende recht van de sterkste. Wanneer ze zich tot haar eigen verbazing aangetrokken voelt tot haar leerlinge Erika, kan ze met haar gevoelens niet overweg en vlucht ze in half criminele fantasieën. ‘Niet meetbaar, niet bewijsbaar en dus onbestaande.’

Terwijl ze lesgeeft over de theorieën van haar bijna naamgenoot Lamarck – hoe de hals van de giraffe zich door inspanning heeft ontwikkeld om naar de hogere boomkruinen te reiken – stelt ze zich teweer tegen de ontdooiing van haar koude hart. ‘Ontwikkeling was alleen een uitdrukking van onvolmaaktheid.’ De staccatozinnen waarmee ze de anderen en haar gevoelens op afstand houdt, ontplooien zich in het laatste hoofdstuk tot een meer coherente, doordachte stijl. Een happy end zou het dwingende van dit negatieve karakter ongeloofwaardig maken. Schalansky houdt het daarom bij enkele subtiele aanduidingen die suggereren dat Lohmarks wereldbeeld begint te wankelen. ‘Zeker was alleen dat niets zou blijven zoals het was.’

Er wordt de laatste tijd wel ’s openlijk getwijfeld aan de relevantie van literatuur, zelfs aan het voortbestaan van het boek. Door een romanesk en een wetenschappelijk betoog zo vindingrijk te verweven, toont Judith Schalansky dat daar geen reden voor is. Ze laat haar onsympathieke hoofdpersonage verwerpelijke dingen denken en doen, maar tegelijkertijd ook veel wetenschappelijk onderbouwde en scherpzinnige inzichten verkondigen. Zo houdt de schrijfster haar lezers op hun qui-vive en dwingt ze je voortdurend om stelling te nemen. Der Hals der Giraffe heeft  dit jaar de prijs voor het mooist vormgegeven Duitse boek van de Stiftung Buchkunst gekregen. Voor de auteur-vormgeefster een bevestiging van haar opvatting dat ‘elk gedrukt boek moet bewijzen waarom het niet gewoon als gegevensbestand op de wereld is gekomen.’


Judith Schalansky, Der Hals der Giraffe. Bildungsroman, Suhrkamp Verlag, Berlijn, 2011, 222 blz. Vorige maand verscheen de Nederlandse vertaling onder de titel De lessen van mevrouw Lohmark (vert. Goverdien Hauth-Grubben) bij uitgeverij Signatuur, Utrecht.