woensdag 29 juli 2009

Soldaat met hond





Op sommige dagen overvalt hem acedia, teleurstelling over zoveel dwaasheid, leed en lelijkheid in de wereld en zwakte in hemzelf. Als een mantra haalt hij zich een somber kwatrijn voor de geest dat hij op een verloren moment heeft geschreven – de troost van pessimisme.

De moedeloze legt de handen in de schoot.
De radeloze zucht: ‘Was ik maar dood!’
En ergens in de hemel zit de Heere
Te wachten tot er weer een wil creperen.

maandag 27 juli 2009

Discrete charme



V.l.n.r. bladerschaduw op boom, Retie & Leo Dohmen,
L’Ambitieuse (1958), Musée de la Photographie, Charleroi

donderdag 23 juli 2009

Artist in Residence




Raoul De Keyser, Museum voor Schone Kunsten, Gent
(tot 20 september 2009)

zaterdag 18 juli 2009

Utopie

In de jongste roman van Bernlef heten de hoofdfiguren Krap en Kowalski. Door die namen alleen al ben je niet geneigd hen erg au sérieux te nemen. Ze hebben iets weg van een komisch duo, twee circusclowns. Ze roepen natuurlijk ook herinneringen aan andere literaire duo's wakker, aan Becketts Vladimir en Estragon, aan Cervantes' Don Quichot en Sancho Panza, aan Diderots Jacques de fatalist en zijn meester, aan Flauberts Bouvard en Pécuchet.

Twee mannen die denken dat ze de wereld kunnen verbeteren en van de regen in de drop belanden. Hun communistische Thuisland is opgeslokt door het kapitalistische Buurland en hoewel de hoofdstad K. heet, denkt de lezer onmiddellijk aan de Duitse Democratische Republiek, in 1990 opgegaan in de Bondsrepubliek Duitsland. Net als de voormalige inwoners van de DDR blijven Krap en Kowalski met een kater zitten. Krap was vroeger liftinspecteur en is nu gedegradeerd tot suppoost in het Liftmuseum, het enige wat van zijn oude firma is overgebleven. Kowalski is distributeur in een fabriek van toiletpapier geweest en met het verdwijnen van zijn bedrijf door toedoen van de organisatie Vrijhand (vgl. 'Treuhand') werkloos geworden.

Maar in overeenstemming met het motto van het boek "Wat is alles slecht geregeld in de wereld en wat is het prettig betere te fantaseren!" (Flaubert) blijven ze niet bij de pakken neerzitten. Krap droomt nog steeds van een betere maatschappij, gebaseerd op de wet van de wederzijdse aantrekkingskracht. Geld en het huwelijk moeten worden afgeschaft. Ze staan een vrije gemeenschap in de weg. "Weg met iedere vorm van dwang. Wat we nodig hebben is wederkerige passie. Geen van bovenaf opgelegde regels, maar ongebreidelde keuzevrijheid voor iedereen. Geen maatschappelijke moraal, maar een vitalistische visie." Kowalski staat er sceptisch tegenover, maar wordt uit vriendschap voor Krap gaandeweg diens secretaris. Een nieuwe versie van Goethe en Eckermann. (Dat Kowalski de laatste niet kent, tot daaraantoe, maar dat hij Goethe niet zou kennen, is voor een Thuislander onwaarschijnlijk.)

Utopisch verlangen en ontgoochelde scepsis – een interessante mengeling, en natuurlijk lang niet nieuw. Kraps idealen doen denken aan de vele radicale maatschappijhervormers die hem zijn voorgegaan. Het mooie is dat hij zich niet neerlegt bij het geproclameerde 'einde van de geschiedenis' maar blijft dromen. En zelfs Kowalski doet dat. Wanneer hij ziet wat voor pulp er tegenwoordig in de boekwinkels ligt in plaats van de vroegere 'klassieke romans uit de negentiende eeuw die dankzij staatssteun voor iedereen betaalbaar waren', betreurt hij de papierverspilling 'ten koste van de productie van toiletpapier'. "Waarom kwam er niemand op het idee die enorme aantallen boeken door de papiermolen te halen om er daarna hoogwaardig toiletpapier van te maken dat zou kunnen concurreren met het zachte papier uit het Buurland? Kowalski lachte droevig. Naar hem werd niet meer geluisterd."

In het milde laboratorium dat deze roman is, laat Bernlef zijn personages op elkaar en de wereld reageren. Als Krap een voordracht houdt voor anarchistische jongeren, confronteert men hem met het debacle van het 'reëel existerende socialisme': "'U bent een utopisch uilskuiken. U staat buiten de werkelijkheid.'" Een dag later mag hij zich voor zijn opruiende ideeën bij de politie gaan verantwoorden en vervolgens bij de Securita BV. "Misschien was ook de geheime politie van vroeger geprivatiseerd, wie zou het zeggen." Op het platteland worden ze uitgemaakt voor fascisten en socialisten. In Amsterdam, waar ze naartoe reizen omdat Kraps ex-vrouw Toby er al jaren een reisbureau heeft, zien ze overal in de stad affiches met 'Let's make things better'. Kraps naïeve reactie: 'Dat is wat wij toch ook willen, dat dingen beter worden.' – 'Dat is maar reclame', zei Kowalski in het donker. 'Net als: 'een hogere productie is in ieders belang' [een manifeste DDR- en een latente kapitalistische slogan].

Kowalski, vrijgezel en door Krap schamper gebrek aan 'vrouwenvlees' verweten, wordt intussen verliefd op de roodharige Toby: een ándere rode droom. Maar ook die gaat niet in vervulling, net zomin als Kraps poging om de eigenaar van een vakantiecomplex in Tunesië voor zijn nieuwe samenlevingsproject te winnen. Hun naïviteit is groot. Zo denkt Kowalski in dat Pleasure Dome: "Hij had een schaduwbestaan geleid. En nu zat hij hier onder een warme zon, midden in het echte leven." Nog geen bladzijde verder zegt Toby hem: "Dit hier is allemaal namaak, nep, niet het echte leven." Kort daarna worden ze als 'ongewenste vreemdelingen' Tunesië uitgezet.

De roman eindigt op meer dan één desillusie. Krap houdt vertwijfeld vast aan zijn droom, weigert te geloven dat er alleen toeval zou zijn en alles als los zand aan elkaar hangt. Kowalski vindt de droom van zijn vriend alleen maar 'een mooie droom'. Intussen heeft de lezer, ondanks hun wereldvreemde idealisme, sympathie voor deze antihelden opgevat. Niettegenstaande hun mislukkingen, niettegenstaande het verleden dat hen in het ongelijk stelt, hebben ze tegen alle defaitisme in een droom levend gehouden. Ze hebben zich niet laten kisten. Bernlef (*1937) heeft met De rode droom een warm en wat de Duitsers noemen 'altersweise' boek geschreven. Zoals zijn wat oudere collega Alexander Kluge in Nachrichten aus der ideologischen Antike. Marx – Eisenstein – Das Kapital schrijft: 'Die Utopie wird immer besser, während wir auf sie warten.'

woensdag 15 juli 2009

Ego flos

Ze trippelde op hoge hakken door de straten van de meest opgepoetste stad in Limburg. Door de zon gebruind, uitgedost in zomers geel, met een zonnebloem in het blonde haar. Achternagestaard op de terrasjes. De paaltjes langs de straat oogden opeens freudiaans.

Toen ze de stadskern uit was, hield ze halt. Ze haalde iets uit een tasje en verruilde haar hoge hakken voor eenvoudige sandalen. Opgelucht liep ze verder.

dinsdag 14 juli 2009

vrijdag 10 juli 2009

Unheimlich


(Op de tentoonstelling Luc Tuymans 'Against the Day', Wiels, Brussel)

(Terwijl ze de meer dan ruime zaal op de tweede verdieping binnenkomen.) Wat een mooi licht hangt hier, net gezeefde witte nevel ...
– Dat komt door de zon op die matglazen ramen, de witgeschilderde muren en de overvloedige neonverlichting.
– Kijk daar, dat schilderij links naast de doorgang. Fascinerend.
– Wat zie je?
– Een cirkel waar bedden rond gegroepeerd staan. De ruimte lijkt wel een zaal in een oud kasteel, met nissen en zware gordijnen aan de zijkant.
– Een ziekenzaal?
– Dat collectieve, ja, zo ziet het er wel uit. Maar nee, dat kan niet: het zijn allemaal tweepersoonsbedden.
– De bedden zelf zijn ook geen ziekenhuisbedden. Ze lijken eerder van hout, met hun hoge hoofdeinde en hun op- en aflopende voeteneinde.
– Liggen er mensen in?
– Eerst denk je dat ze leeg zijn. Maar er zijn welvingen onder de witte lakens te zien, alsof er zich mensen onder verbergen.
– Mensen of spoken?
– Ja, die gestalte links is helemaal een spook. Doet me denken aan die geliefden met doeken over hun hoofd van Magritte, 'Les Amants'.
– Het hele schilderij heeft iets spookachtigs, zweeft tussen dood en leven.
– De kleuren spelen daar ook een rol in: het wit is vuil, en het zwart is met wit vermengd. Grijs dat geen wit wil worden ...
– Er lijkt een doem over te hangen.
– Hoe heet het eigenlijk?
– (Kijkt op het bordje links.) 'Big Brother', 2008. Nu wordt me een en ander duidelijk.
– Hoezo???
– Ja, als je nooit naar dat programma wilt kijken ... Je weet toch dat die vrijwillig opgesloten deelnemers in één ruimte slapen?
– Ook koppels?
– Mm, ze moeten wel. Kan voor het alziende cameraoog interessant worden. De kijkers zijn toch voyeurs?!
– Griezelig is dat. Je intimiteit prijsgeven.
– Daar leeft het programma van.
– Dan nog liever dood. Die witte lakens die zo afhangen doen me trouwens aan lijkwaden denken.
– Mmmh.
– Nu wordt die grote cirkel in het midden ook duidelijker. 'Big Brother is watching you.'
– Hij heeft inderdaad iets van een oog – hij staat ook wat bol.
– De titel geeft dus een hint naar de bron waarop Tuymans zich heeft gebaseerd. Alle schilderijen hier zijn toch bewerkingen van schermbeelden?
– Ja. Maar wat ik dan niet begrijp, is die historische, bijna middeleeuwse setting.
– De schilder wijkt wel vaker van het oorspronkelijke beeld af.
– Maar ik dacht dat hij juist eigentijdse schilderijen wou maken? En hier lijkt hij het beeld eeuwen teruggeprojecteerd te hebben ...
– Dat doet me denken aan die kritiek die we daarnet hoorden: Tuymans schildert prachtig, maar hij maakt het zich te gemakkelijk door gewoon bestaande beelden over te nemen.
– Hier heeft hij er dan toch veel aan veranderd. Het losgemaakt van zijn tijd, om het universeler te maken?
– Ik weet niet of een hedendaagse schilder op universaliteit of eeuwigheidswaarde uit is.
– Toch toont hij via een loutere buitenkant de verschrikkelijke binnenkant van een tijdsverschijnsel. Eigenlijk hadden we het door nog voor we de titel hadden gelezen. Dat pleit voor de kracht van dit schilderij.
– Opwekkend is het niet.
– Zomin als 'Big Brother'. Vrolijke fransen lopen er al genoeg rond.
– Het schilderij straalt als het ware.
– Tja, maar niet van vreugde.
– Straling als van een atoombom.
– Daar dacht ik ook aan: schilderen na Hiroshima. (Ze lopen verder.)

(Drie kwartier later, in de bookshop, bladerend in het boekje bij de tentoonstelling.
)

– Kijk, hier staat het commentaar van Tuymans zelf: "Een lege slaapzaal uit de realityreeks Big Brother. Een bewakingscamera filmt de klok rond de werkelijkheid in al haar banaliteit, als ruw materiaal geboren uit een vrijwillige gevangenschap, voyeuristisch, gesegregeerd en exemplarisch."
– Zo is het. Kom, buiten schijnt de zon.

woensdag 8 juli 2009

Paar



"Het is niet goed, dat de mens alleen zij." (Genesis, 2:18)

zaterdag 4 juli 2009

Werner Cuvelier


Voorkamer, Heilige Geeststraat 7, 2500 Lier (tot zondag 05-7-09
van 14 tot 18 uur)

woensdag 1 juli 2009

Deurtje

Als ik door dit deurtje uit mijn jeugd naar binnen ga, herleeft het verleden. Er komt een flard naar boven van het spelletje dat de Franse schrijver Georges Perec speelde onder het motto Je me souviens.

Hoe ik in de zomer met vriendjes het huis aan de buitenkant mocht schilderen. We bouwden met kratten en planken stellages, en konden alle maten verfborstels die we in huis hadden gebruiken om de arduinen vensterbanken met water te schilderen.

Je zag het verschil. Tot de zon het arduin droogde.